Level 3
Level 4

H6 - deel 4 van 6 - Hoe ontstaan vooroordelen


22 words 0 ignored

Ready to learn       Ready to review

Ignore words

Check the boxes below to ignore/unignore words, then click save at the bottom. Ignored words will never appear in any learning session.

All None

Ignore?
het gevoelselement van de attitudes ten opzichte van een sociale groep.
Vooroordelen hebben betrekking op
negatieve houdingen (gevoelens) ten opzichte van de specifieke sociale groep als geheel. Het gaat dus niet om de kenmerken van het individu.
Vooroordelen zijn
eel uitmaakt van een bepaalde groep. Dit komt doordat men gelooft dat groepen een onderliggende essentie hebben.
Men mag een persoon niet (of wel) alleen op grond van het feit dat hij of zij
biologisch gebaseerd kenmerk dat wordt gebruikt om de groepen van elkaar te onderscheiden. Het dient vaak als een rechtvaardiging voor het verschil in de behandeling van de twee groepen.
Dit (-> essentie) is doorgaans een
de verwerking van informatie over de groep en zal vervolgens weer leiden tot het bevestigen van het vooroordeel.
Als op een bevooroordeelde manier over een groep gedacht wordt, dan zal dat van invloed zijn op
het ontstaan van vooroordelen.
Er zijn verschillende perspectieven over
ons bedreigd voelen. We kunnen bijvoorbeeld vrezen voor ons gevoel van eigenwaarde. Deze angst kan leiden tot het kleineren van de ander, om zo onze gevoelens van superioriteit te behouden.
Allereerst komen vooroordelen vaak naar boven als wAllereerst komen vooroordelen vaak naar boven als we
een simpele strijd om een bepaald product kan leiden tot escalatie van het conflict met emotioneel geladen vooroordelen. Belangrijk hierbij zijn de ‘zero sum outcomes’.
Ook als groepsbelangen op het spel staan, als er strijd is om schaarse middelen (goede banen, mooie huizen), ontstaan vooroordelen en worden deze in de strijd gegooid. In de realistische conflict theorie wordt duidelijk gemaakt dat
Dus als de ene groep ze krijgt, kan de andere groep ze niet krijgen. Denk hierbij aan bepaalde huizen, banen, grondgebied etc.
‘Zero sum outcomes’: de dingen die alleen één persoon of één groep kan hebben.
basis voor conflicten tussen groepen.
Deze ‘zero sum outcomes’ zijn vaak
het werken aan ‘superordinate doelen’. Dit zijn doelen die alleen bereikt kunnen worden als er coöperatie is tussen de groepen.
Een oplossing voor competities of strijd tussen groepen is
een wij-groep en een zij-groep, voldoende aanleiding kan zijn voor het ontstaan van vooroordelen.
Ten slotte is gebleken dat het categoriseren van
categorisatie in verschillende groepen gebaseerd op enkele “minimale” criteria. We hebben neiging voorkeur te geven aan anderen die zijn gecategoriseerd in dezelfde groep als wij zelf zijn. Dit in tegenstelling tot de anderen die zijn gecategoriseerd als leden van een andere groep.
Minimale groepen is
Deze incidentele gevoelens worden dus veroorzaakt door factoren anders dan de zij-groep, maar kunnen wel voor automatische vooroordelen zorgen richting leden van de zij-groep.
In onderzoeken is naar voren gekomen dat het hebben van gevoelens van kwaadheid, die niet eens veroorzaakt zijn door acties van de zij-groep, een negatieve attitude ten opzicht van de zij-groep tot gevolg kan hebben.
bijna automatisch worden opgeroepen alleen al door het feit dat er sprake is van een onderscheid tussen een wij-groep en een zij-groep.
Deze impliciete associaties, de link tussen een gevoel en een groep, kunnen
de verklaringen die we geven aan de acties van personen (waar we de acties aan toe schrijven). We zijn namelijk geneigd tot het maken van de uiteindelijke attributiefout.
Het behoren tot een bepaalde sociale categorie kan ook van invloed zijn op
meer gunstige en vleiende verklaringen te geven voor gedrag van leden van de eigen groep, dan voor leden van andere groepen.
De uiteindelijke (ultimate) attributiefout slaat op de tendens om
ociale categorisatie tot vooroordelen leidt.
In de sociale identiteitstheorie wordt verklaard hoe het komt dat
groepsleden zich identificeren met de sociale groep en de wereld verdelen in ‘wij’ tegenover ‘zij’.
De theorie (-> de sociale identiteitstheorie) geeft als verklaring dat
als positief (willen) zien en zich over andere groepen als inferieur in vergelijking tot de onze.
Doordat mensen de behoefte hebben zich goed te voelen, zullen ze de groep waartoe ze behoren
een tolerante houding hebben ten opzichte van andere groepen. Maar als individuen vrezen dat hun superioriteitsgevoel of hun sociale identiteit in gevaar komt, dan zal het leiden tot het benadrukken van de verschillen tussen de groepen en ontstaan er meer vooroordelen.
Wanneer individuen zich veilig voelen in een groep dan kunnen ze
de groepen zich niet bedreigd voelen in hun unieke identiteit of superioriteitsgevoelens.
Deze bevindingen suggereren dat pogingen om vooroordelen te reduceren, door de verschillen tussen ‘wij’ en ‘zij’ weg te nemen, alleen kunnen slagen als
Level 5